Helpt peterselie tegen borstkanker?

Peterselie in de strijd tegen borstkanker? Die kans zit er dik in. Inderdaad, wetenschappers aan de Amerikaanse University of Missouri- Colombia vonden in deze groente een ingrediënt dat de groei van verwoestende borstkankercellen kan stoppen.

De Amerikaanse wetenschappers stelden tijdens  hun onderzoek ratten met borstkanker bloot aan Apigenin, een ingrediënt dat niet alleen in peterselie maar ook in andere plantaardige producten voorkomt. Deze recente Amerikaanse studie bracht enkele opmerkelijke resultaten aan het licht. De aan Apigenin blootgestelde ratten ontwikkelden niet alleen veel minder tumoren. Er werd ook een duidelijke vertraging in de tumorvorming vastgesteld in vergelijking met ratten die niet met Apegenin werden behandeld.

Positief voor vrouwen die hormoontherapie volgen

De resultaten van dit wetenschappelijk onderzoek zijn vooral positief voor vrouwen die lijden aan borstkanker en die een hormoontherapie (HRT) kregen voorgeschreven als behandeling van hun ziekte. Eerder raakte immers bekend dat sommige hormonen in deze hormoontherapie de ontwikkeling van kwaadaardige kankertumoren alleen maar versnellen.

Kankertumoren ontwikkelen nieuwe bloedvaten

De versnelde ontwikkeling van deze kankertumoren is het resultaat van het feit dat er binnen deze tumoren nieuwe bloedvaten worden gevormd. Zo worden deze tumoren nog beter voorzien van noodzakelijke voedingstsoffen om te groeien en zich nog sneller te vermenigvuldigen. Het is precies Apigenin dat de vorming van nieuwe bloedvaten in deze kwaadaardige tumoren afremt. Met Apigenin wordt de borstkanker niet volledig gestopt, maar het aantal kankertumoren wordt er wel sterk door verminderd.

Apigenin komt ook in ander groenten voor

Vrouwen die lijden aan borstkanker, doen er goed aan de concentratie Apigenin in hun bloed te verhogen. Deze stof is niet alleen aanwezig in peterselie. Naast peterselie zijn ook selder, appelen, sinaasappelen, noten en allerlei plantaardige producten belangrijke leveranciers van Apigenin, dat ook in heel wat voedingssupplementen aanwezig is.










Reacties

  1. Ik heb het niet zo begrepen op Amerikaanse studies. Vaak zie je dat ze gebruik maken van vrij kleine groepen proefpersonen. In Europa zijn de eisen voor studies met proefpersonen gelukkig veel strenger!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie plaatsen